Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC. 


menu

Column Parool

Nazi's

‚Dat is toch belachelijk! Straks zitten we maanden in de rotzooi! En wat moet ik dan, met mijn gezondheid?’ 

   Mijn buurvrouw staat kwaad te roken op haar stoepje. Ze heeft haar roze fleecebroek aan vandaag en dat betekent dat de groene in de was is.    

   We hebben allebei een brief van de woningbouw gekregen over de op handen zijnde, grootscheepse renovatie. De zoveelste brief, eerlijk gezegd. Al jaren krijgen we bijna iedere week een schrijven over het grootonderhoud dat elk moment op het punt staat nu toch echt te gebeuren. Er worden termijnen genoemd, inspraakavonden aangekondigd - allemaal in volstrekt onleesbaar Nederlands: ‚Complex C wordt aanvangende in maart op bouwmogelijkheden in de boeken genomen.’ Ik lees ze niet eens meer, maar mijn buurvrouw is strijdvaardiger. 

   ‚Medewerking is verplicht!’ schampert ze. ‚Nou, dan kennen ze mij nog niet!’ De woningbouwvereniging wil onze huisjes opknappen, maar mijn buurvrouw is niet van plan dat zomaar te pikken.

   Buurtgenoot Jan komt eraan op zijn scootmobiel. Naast hem loopt zijn minihondje, die met een lijn aan zijn stuur zit gebonden. ‚Schandalig,’ vind hij ook. ‚Ik heb meteen mijn advocaat gebeld!’ 

‚Oh, en wat zei die?’ vraag ik, verrast om zijn voortvarendheid.

‚Nou, ja, ik kreeg hem niet meteen te pakken. Maar ik probeer het morgen nog wel een keer. Waarschijnlijk.’ 

   Ik denk aan de dagen dat ik hier net kwam wonen. In mijn tuin trof ik een overhellende conifeer aan en mijn verzamelde buren waren het met me eens: ‚Levensgevaarlijk,’ zeiden ze in koor. Toen ik voorstelde om de woningbouw te bellen, was hoon mijn deel: ‚Die nazi’s!? Denk je dat die iets voor je gaan doen? Die zouden hun eigen moeder nog verkopen!’ 

   Het wantrouwen zit diep in mijn wijk. Vooral diegenen die hier al dertig jaar wonen en nog geen tweehonderd euro in de maand betalen, koesteren een diepe haat. De woningbouw vinden ze nog erger dan de gemeente, en dat wil wat zeggen. Het enige wat nog verrotter is, is de sociale dienst - dat die je alleen maar kapot willen maken, weet iedereen.

   Toch belde ik met mijn naïeve hoofd naar woonstichting De Key en kreeg een mevrouw aan de lijn die braaf notities maakte. Twee dagen later kwam een hartelijke man de boom omzagen. Ik heb er zelfs nog koffie mee gedronken. 

   Dus voor die verbouwing ben ik ook niet zo bang, eerlijk gezegd. 

‚Ik weet niet eens wat ze nou precies willen opknappen,’ biecht ik op.  

‚Ik ook niet,’ zegt de buurvrouw. 

‚Geen idee,’ zegt Jan.

‚Maar ik vertik het,’ zegt ze fel. 

‚Anders ik wel!’ 

Verschenen op 25-01-2016 in het Parool
Meer