Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Anonieme analytische cookies om het gedrag van bezoekers na te gaan en de website aan de hand van deze gegevens te verbeteren. Daarnaast worden ook marketing cookies gebruikt door derden om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Ook wordt er gebruik gemaakt van deze cookies om integratie met social media mogelijk te maken. Denk aan video's op Youtube of functionaliteiten van Facebook.

Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC.


menu

Column Parool

Dewi

Over de meeste leerlingen ben je het meteen eens. Zodra hun naam valt in de rapportvergadering, kun je vrijuit losbarsten in verwensingen of hallelujah’s in het kalme besef dat je collega’s je zullen bijvallen. ’Oh, dat vind ik zo’n heks!’ kun je roepen. Of: ‘Geweldige jongen. Rots in de branding.’

Het is slechts een enkele keer dat iemand er heel anders tegenaan kijkt. Dat jij iets bijzonders hebt met een leerling die jouw collega’s het liefst zo snel mogelijk van school zouden trappen. Dat heb ik nu met Dewi. Gekke, grappige, bijzondere Dewi.

‘Het gaat zo niet langer!’ roepen mijn collega’s ’Ze is gedragsgestoord!’

Ik wil protesteren, maar weet niet goed hoe. Het is inderdaad waar dat Dewi om de haverklap in de meest hoogoplopende ruzies verzeild raakt. Simpelweg doordat ze altijd iets verkeerds zegt - iets raars, iets geks, iets beledigends waarmee ze iedereen tot steigeren brengt. Maar als je haar vervolgens rustig uitlegt waarom iedereen nu weer boos op haar is, worden haar ogen vochtig en zie je een lichte wanhoop in haar blik. Alsof ze zelf ook niet snapt waarom ze het doet.

‘En ze heeft zo’n ontzettend laag niveau.’ gaan mijn collega’s verder. ‘Er zit zo ontzettend weinig in dat kind..’

Nu voel ik boosheid opkomen. ‘Ik vind wél dat er veel in zit!’ roep ik ineens. De ogen van de vergadering richten zich op mij en koortsachtig zoek ik naar woorden, naar iets wat ik aan kan voeren om haar vuurrode cijferlijst ongedaan te maken, haar torenhoge absentie goed te praten, een voortijdig einde van haar schoolcarrière te voorkomen.

Maar mijn geest blijft enkel teruggaan naar één bepaalde oefening. Het was in een theaterles en we deden ‘het interview’. Dit is een improvisatie-oefening waarbij je elkaar interviewt alsof de ander iets heel bijzonders heeft gedaan. Je begint bijvoorbeeld met: ‘Ik hoorde dat u een wereldreis heeft gemaakt?’ Hier moet bevestigend op geantwoord worden, waarna je met zijn tweeën duchtig door kunt fantaseren.

Dewi bleek hier een ster in.

‘Ik hoorde dat je een kunstwerk hebt gemaakt?’ vroeg ik.

‘Dat klopt,’ zei Dewi.

‘Van een bijzonder materiaal, nietwaar?’

‘Ja. Van nagels. Nagels en snot.’ De klas lachte. ‘En asbest,’ voegde ze eraan toe. ‘Het is gekocht door de gemeente Bussum. Voor tien miljoen euro. Het komt op een rotonde.’

Met het grootste gemak toverde ze de meest hilarische details op. Schaamteloos en zonder er een seconde over na te hoeven denken. De hele klas lag onder tafel van het lachen, ook haar vijanden.

Een eye-opener. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik haar begreep. Alsof ik een inkijkje kreeg in haar wezen, een inkijkje dat ik nu wanhopig aan mijn collega’s probeer te vertalen.

’Ze heeft humor!’ roep ik tegen de vergadering. ‘En fantasie! Ze heeft een enorme fantasie!’

Even is het stil in de lerarenkamer. Er wordt gekeken naar de cijferlijsten en protocollen. Tot de voorzitter zegt, vriendelijk maar onverbiddelijk: ‘Daar haal je een opleiding niet mee, Johan…’

'Maar!' roep ik 'Dat is toch heel erg?!'

Verschenen op 19-03-2016 in het Parool
Meer