Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Anonieme analytische cookies om het gedrag van bezoekers na te gaan en de website aan de hand van deze gegevens te verbeteren. Daarnaast worden ook marketing cookies gebruikt door derden om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Ook wordt er gebruik gemaakt van deze cookies om integratie met social media mogelijk te maken. Denk aan video's op Youtube of functionaliteiten van Facebook.

Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC.


menu

Column Parool

Raketjes

De zon schijnt, buiten is het 21 graden en aan mij de schone taak les te geven over het kofschip. Op het bord heb ik braaf een schema gekalkt, op mijn bureau liggen stapels met stencils, en voor mij hangen negen leerlingen apathisch zwetend in hun banken. Een paar jongens hebben hun broekspijpen opgestroopt, de meisjes zitten praktisch in bikini.

“Meester het is echt fokking warm.” Genelva wappert met haar telefoon voor haar decolleté. “Kunnen we deze les niet buiten doen?”

“Ja, meneer, please?”

“Dat doet hij echt niet hoor, die sukkel,” zegt Wanda. Ze zegt ‘sukkel’ te zachtjes om er iets van te zeggen.

Ik begin de stencils uit te delen. “Maak eerst maar even deze oefening,” zeg ik. Ik probeer doof te zijn voor hun gezucht en gesteun, maar in de loop van een paar minuten laat ik mijn eisen steeds verder zakken. Van: “Maak in ieder geval de eerste twintig oefenzinnen!” Tot: “Tien zinnen moet toch wel lukken, jongens?” Uiteindelijk eindig ik wanhopig bij de tafel van Mohammed, die ik stap voor stap in de actie probeer te commanderen: “Ik wil dat je nú je pen pakt.. nee, óppakken… ja, vasthouden…”

Dan is het genoeg. “Kom,” zucht ik “We gaan een ijsje halen.”

Een paar leerlingen tillen hun hoofd van hun tafel: “Serieus?”

“Ja, vooruit,” zeg ik “Het is toch de laatste les, ik trakteer.”

Twee seconden later is het lokaal uitgestorven. “Wel stil zijn in de gangen!” roep ik nog. Maar ze joelen en gillen al. Eenmaal buiten beginnen ze te zingen: “WAAR IS DAT FEESTJE? HIER IS DAT FEESTJE!” Ik loop er schaapachtig achteraan. Als een muurbloempje wacht ik als enige op het groene licht bij het zebrapad, terwijl ik mijn klas aan de overkant de Albert Heijn in zie hossen.

Bij de vrieswand met ijsjes staan ze op me te wachten. In de netheid van de supermarkt valt me ineens op hoeveel tatoeages ze eigenlijk hebben. Hoe goud hun riemen zijn en hoe blingbling hun tassen. Ietwat ongemakkelijk staan ze voor het koude glas. “Welke ijs gaat u kopen?” vraagt Genelva. Ik vraag me serieus af of ze me ooit eerder met ‘u’ heeft aangesproken.

We kiezen voor een doos raketjes en lopen naar de kassa. Er wordt nu niet meer gejoeld en gezongen. Als ik mijn portemonnee pak om af te rekenen, wordt de groep zelfs muisstil. Ik voel aan hun blikken, aan de collectief ingehouden adem dat dit een Moment is. Na maanden van bloedstrijd en uitlokkerij. Na eindeloze gevechten en machtsspelletjes, koop ik een ijsje voor ze. Van mijn eigen geld.

Trouw wachten ze op hun raketje en zeggen een voor een “Dank u wel”. Zelfs Wanda - zij het met de grootst mogelijke tegenzin. Samen lopen we de zon in naar de Amstel. De zomervakantie is begonnen.

Verschenen op 04-07-2013 in het Parool
Meer