Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Anonieme analytische cookies om het gedrag van bezoekers na te gaan en de website aan de hand van deze gegevens te verbeteren. Daarnaast worden ook marketing cookies gebruikt door derden om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Ook wordt er gebruik gemaakt van deze cookies om integratie met social media mogelijk te maken. Denk aan video's op Youtube of functionaliteiten van Facebook.

Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC.


menu

Column Parool

Gastvrouw

In de Volkskrant klaagden artiesten deze week over de ontvangst in Nederlandse theaters. Onpersoonlijk, vonden ze het. Kil en harteloos. “Heel vaak krijg je de directeur niet eens te zien!” sprak een actrice verbijsterd. Er werd gewag gemaakt van de invloed die een handdruk en een persoonlijk bakje koffie kunnen hebben op de kwaliteit van een voorstelling.

Ik las het geheel met stijgende verbazing. Ik word namelijk overal persoonlijk welkom geheten. Tegen wil en dank, zou ik bijna zeggen.

Meestal gebeurt dit door een vrijwilliger. Dit is vaak een oudere dame, die zich altijd op een volkomen ongelegen moment bij je kleedkamer meldt. Je staat altijd net een puistje uit te drukken of je ballen te rangschikken in je spijkerbroek, als je in je ooghoek een blauwe kleurspoeling ontwaart.

“Stoor ik?” klinkt het, en je hebt het hart niet om eerlijk te zijn. “Ik ben de gastvrouw,” zegt ze. Hierna valt een stilte en kijkt ze je vragend aan, alsof ze het verder ook niet meer weet. “Welkom,” zeg ik dan meestal, want zelf ben ik al een uur of vier in het gebouw.

Wat volgt is een tombola van goede bedoelingen en ongemak. Je wilt eigenlijk zo snel mogelijk van haar af om je te concentreren en je voorbereidingen te treffen, maar het is een ontroerend vrouwtje en jou verwelkomen is haar enige taak. Voor jou heeft ze een mooi bloesje aangetrokken, is ze behoedzaam op de fiets gestapt, heeft ze het verkeer van Veldhoven getrotseerd en heeft ze trots een naambordje met ‘Els’ opgespeld. Ze neemt haar werk serieus en in haar hoofd hoor je het draaiboek knarsen.

Haar eerste taak is je welkom heten. Daar gaat het meestal al mis. Zelden heb ik een hand gekregen met het letterlijke woord ‘welkom’. Meestal krijg ik enkel de tekst: “Ik moet je welkom heten.” Of: “Het is de bedoeling dat ik je welkom heet.” Een enkele keer: “Ze zeggen dat ik je welkom moet heten.” Alsof ze het zelf ook als een curiositeit beschouwen van artiesten - dat hele welkom heten.

Hierna komt het vraaggesprek. De gastvrouw heeft altijd drie vragen:

1. heeft u al iets gedronken?

2. wilt u nu iets drinken?

3. wilt u misschien na de voorstelling iets drinken?

Om het een en ander in goede banen te leiden, heeft ze in haar ene hand een pen en in haar andere een blocnote. Een eventueel drankje wordt genoteerd in een traag en bibberig oudemensenhandschrift.

Hierna wordt me op het hart gedrukt wel iets in het gastenboek te schrijven. Heb ik gezien waar de ballpoint ligt? En weet ik hoe dat werkt - een gastenboek?

Tot slot vraagt ze steevast of je nog iets nodig hebt. Hier reageer ik altijd ontkennend op, in de angst dat dit oude besje door het theater gaat dolen op zoek naar een strijkplank. Ze zou verdwaald kunnen raken, of erger nog, tijdens de show uit de coulissen kunnen schieten met een plank en een bout.

Vaak zie ik haar zitten 's avonds, ergens op rij 3. Op haar schoot de bloemen die ze me bij het eindapplaus moet geven en waar ze na het eerste nummer al mee zit te knisperen. Soms zie ik haar lachen. Soms knikkebollen. Soms gniffelen, zoals mijn oma altijd deed, bescheiden in haar vuistje.

Ik ben zo bang dat deze dametjes op hun kop gaan krijgen na de Volkskrantenquête. Dat ze hun taak nóg serieuzer gaan nemen. Nog langer bij mijn kleedkamer blijven dralen. Daar zie ik eerlijk gezegd nu al tegenop.

Verschenen op 29-05-2016 in het Parool
Meer