Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Anonieme analytische cookies om het gedrag van bezoekers na te gaan en de website aan de hand van deze gegevens te verbeteren. Daarnaast worden ook marketing cookies gebruikt door derden om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Ook wordt er gebruik gemaakt van deze cookies om integratie met social media mogelijk te maken. Denk aan video's op Youtube of functionaliteiten van Facebook.

Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC.


menu

Column Parool

Mentor

Sinds een paar weken ben ik mentor van een eerstejaars klas. Voor mij niet minder dan een droom die uitkomt. De halve zomer heb ik met vrienden op terrassen aan de witte wijn gefilosofeerd hoe dat zou zijn - het hebben van een eigen klas. ‘Je wordt vast zo’n vaderfiguur voor ze.’ Beelden van Dead Poets Society en Dangerous Minds vlogen door onze hoofden. Teksten als: ‘Dat je godverdomme iets voor mensen betekent..’ werden emotioneel geuit door vrienden met IT-baan.

Inmiddels drie weken in mijn nieuwe functie blijkt de realiteit wat minder romantisch. Ik beteken inderdaad iets voor mijn mentorleerlingen, maar vooralsnog met name op een praktisch niveau. Er moet namelijk van alles geregeld worden – boeken, pasjes, kluissleutels – en als mentor ben ik hun eerste aanspreekpunt. Elke ochtend staan ze me op te wachten zodra ik de lift uitstap en bombarderen me met verzoeken. Of eisen kan ik beter zeggen, deze generatie eist:

‘Ik moet nog een kluissleutel, en ik wacht al vier dagen!’

‘Jij ook goedemorgen, Rainel,’ zeg ik dan droog.

Wat een en ander nog lastiger maakt, is dat er nog steeds nieuwe leerlingen bijkomen, de zogenaamde late instromers. Zeker drie keer per week zit er ineens een nieuw gezicht in mijn klas. Steevast vraag ik dan waarom ze nu pas met deze opleiding zijn begonnen.

‘Nou, ik was eerst bloemsierkunst begonnen, maar dat was te ver met de bus.’

-‘En toen dacht je ik ga het toerisme in?’

‘Ja, want hier stopt de metro dus dat is makkelijker.’

De late instromers staan niet bekend om hun hoge motivatie. Naar verluid haalt maar 10 procent ervan ooit hun diploma. Ze schrijven zich vaak in om heel prozaïsche redenen:

‘Ik moest voor 1 oktober een opleiding kiezen, anders werd mijn studiefinanciering stopgezet.’

Of, ook echt gehoord: ‘Ik moet een diploma halen, anders krijg ik geen uitkering.’

Ze worden de schoolbanken ingejaagd door de leerplichtwet. Die is de laatste jaren aangescherpt, waardoor alle jongeren zonder diploma tot hun drieëntwintigste naar school moeten. Op zich een nobel streven, maar het betekent dat vrijwel elke eerstejaars klas op het MBO een groepje ongemotiveerde spijbelaars kent dat het onderwijs totaal kan ontwrichten. In de woorden van een collega: ‘Eerst heb je al die gekken er nog bij, maar na de kerst kun je een beetje gaan lesgeven.’

Het enige wat je kunt doen is dossier opbouwen: afwezigheid bijhouden, de leerling opbellen, brieven schrijven vol waarschuwingen. Een hele administratie moet er aangelegd worden voordat je een leerling uiteindelijk weg mag sturen. En die administratie is de taak van de mentor.

‘Hoe gaat het met je mentorschap?’ vroeg een vriendin laatst.

‘Goed,’ zei ik, ‘Ik heb er al een paar bijna weggewerkt.’

Verschenen op 26-09-2013 in het Parool
Meer