Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC. 


menu

Column

Marnix

Ik ken niemand die zo licht en geestig over zelfdoding kon praten als Marnix Kappers. Hij dacht er al een tijdje over na, want sinds de dood van zijn geliefde John vond hij ‘het wel mooi geweest’. Hij kreeg bovendien steeds meer lichamelijke klachten, zoals een slecht gezichtsvermogen na een recent infarct. 

Marnix had een enorm humoristisch talent en ik denk niet dat hij doorhad hoe grappig hij was als hij klaagde over zijn beroerde ogen: ‘Zie je dat klokje daar, achter de bar?’ vroeg hij. 

‘Ja,’ zei ik.

‘Nou, dat zie ik dus niet.’ Hij wees naar het digitale klokje dat hij naar zijn stellige overtuiging niet zag.

‘Ik zie alleen een 2 en een 1 en dan volgens mij nog een 1 en dan een 5.' 

‘Klopt,’ zei ik ‘Het is kwart over negen.’ 

‘Ja, precies!’ zei hij ‘Kijk, dat zie ik dus niet!’ 

Ik kende Marnix uit de theaterwereld, maar kwam hem vooral tegen in de krochten van het nachtleven. De laatste keer waren zijn ogen al zo ver achteruitgegaan, dat ik met mijn neus bijna de zijne aan moest raken voor hij me herkende. Hij vertelde dat hij stappen had genomen. Middelen in huis had gehaald. Hij vertelde dat hij een stichting had geraadpleegd, en dat het allemaal illegaal moest.

‘Kan het niet legaal?’ vroeg ik. 

‘Nee, want ik heb natuurlijk niet dat uitzichtloos lijden.’

‘Belachelijk!’ zei ik. 

‘Nou ja,’ zei hij begripvol als altijd. ‘Ik snap zo’n wet ook wel hoor, want anders wil iedereen wel dood natuurlijk!’

Hier moest ik hartelijk om lachen. 

Hij vertelde over zijn plan. Over wat hij in huis had gehaald: ’Uit China komt dat spul. Eigenlijk moet ik nog laten testen of het wel goed is. Maar ja, daar ben ik dan weer te slordig voor.’ 

Maar als Marnix iets niet was, was het slordig. In hoe hij je begroette, in hoe hij zijn woorden koos. In hoe hij zich schuldig voelde als hij je niet herkende. Hij was ongelooflijk zorgvuldig en hoffelijk. Ook in zijn doodsplan. 

Die laatste keer aan de bar vertelde hij dat hij het liefst in september al uit het leven wilde stappen. Maar ja: ‘De lift in mijn appartementencomplex wordt gerepareerd, en dat vind ik ook zo wat. Dat ze me dan al die trappen af moeten sjouwen.’ Bovendien waren een aantal vrienden op vakantie, en hij wilde ze niet helemaal terug laten komen voor de begrafenis: ‘Dan ontneem je mensen toch hun zomervakantie.’

‘Je moet best nog veel regelen hoor. Het is een heel gedoe,’ klaagde hij. Maar hij was zeer beslist, ja bijna zelfverzekerd: ‘Het doet iets met je als die pillen in huis zijn. Het gevoel dat je zelf de regie hebt. Want ik wil anderen niet tot last zijn. En ik ben te laf om voor de trein te springen.’ 

Hij was even stil en zei toen: ‘Mijn angst is natuurlijk dat ik te laat ben. Dat ik nog een infarct krijg en dat ik dan de hele rit moet uitzitten. Dat lijkt me vreselijk…’

We staarden samen naar het klokje achter de bar.

‘Dus als het moment daar is, ga ik gewoon met een glas wijn op bed liggen. Misschien zet ik nog een pornofilm op. En dan neem ik dat spul. Nee, ik denk niet dat ik 2017 nog haal...’

Toen hij zich realiseerde wat hij gezegd had, zei hij snel: ‘Oh, dat moet je trouwens niet doorvertellen. Want straks is het 2017 en dan begint iedereen van: ‘Zeg Marnix, komt er nog wat van?’ Dan krijg je dat. Dan word ik die oude zeur die alsmaar zijn einde voor zich uit loopt te schuiven.’ 

Lieve, dappere, geestige Marnix, rust zacht. 

Verschenen op 14-10-2016 in
Meer columns