Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Anonieme analytische cookies om het gedrag van bezoekers na te gaan en de website aan de hand van deze gegevens te verbeteren. Daarnaast worden ook marketing cookies gebruikt door derden om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Ook wordt er gebruik gemaakt van deze cookies om integratie met social media mogelijk te maken. Denk aan video's op Youtube of functionaliteiten van Facebook.

Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC.


menu

Column

Slettebak

„Dit was de eerste oud en nieuw dat ik vuurwerk nuchter heb gezien!” roept Jessica door de klas. De les is bijna afgelopen en iedereen zit nog wat te kletsen.

„Hoezo?” vraag ik „Drink je niet meer?”

„Nee, ik ben toch moslima?”

„Oh, sinds wanneer?”

„Sinds de zomer, ongeveer. Maar het is meer een proces weet je. Het is al langer bezig…”

Terwijl ze dit zegt is ze bezig haar lippen te stiften.

„Ik ben me ook anders gaan kleden,” zegt ze. „Netjeser. Als je me vroeger had gezien, dan had je me niet herkend hoor. Ik was veel bloter. Ik was echt wild.”

Een paar meisjes knikken.

„Echt een slettebak was ik.”

Nog meer meisjes knikken.

„Ik was de hele tijd dronken, weet je. Vanaf mijn twaalfde eigenlijk. Ging ik gewoon met een baco naar school. En blowen enzo. Ik zat meestal stoned in de klas.”

Het valt me nu pas op dat ze inder-daad heel decent gekleed is. Maar nog altijd heeft ze de uitstraling van een feestbeest. Als je haar ziet denk je meteen: gezellig. Bij het horen van haar schaterlach, krijg je onwillekeurig zin in bierspelletjes en doen, durven of de waarheid. Met je onderbroek op je hoofd rond een schuur rennen, en daarna kotsen. Lachend.

„En hoe kwam je erbij om moslima te worden?” vraagt iemand. De hele klas luistert nu.

„Nou, ik zat vroeger op een Christelijke school. En mijn ouders zijn niet christelijk, maar ik ging zelf wel naar de kerk enzo, en fietsen op zondag. En praten met vriendinnen die gelovig waren. Maar het zei mij uiteindelijk niet genoeg. Ik vond het meer een mooi verhaaltje. En toen kwam ik bij een moslima in de klas. En daar ging ik in de pauze altijd mee wandelen en vragen stellen enzo. En toen ben ik een keer de ramadan gaan doen, en naar de koranschool gegaan. Daar kwam ik erachter dat het eigenlijk een kapot mooi geloof is.”

„Ga je ook een hoofddoek dragen?”

„Ja, ik wil het eigenlijk wel, maar pas als ik eraan toe ben. Als ik zelf voel dat ik het wil. Het is niet verplicht ofzo, het is jouw eigen ding, je moet zelf weten. Maar ik wil eerst deze opleiding afma-ken. Plus, dan moet ik het mijn ouders gaan vertellen. En mijn vader wordt kapot boos, dat weet ik zeker. Hij is atheïst zeg maar. Maar echt zo’n extreme.”

„En wat vind je mooi aan de islam?” vraag ik.

„De regelmaat,” zegt ze meteen. „De structuur.” Even denkt ze na. „Ik was echt wild, meneer..”

Een paar meisjes knikken.

„Ik was echt een slettebak.”

De hele klas knikt nu. Ook de jongens.

Verschenen op 13-01-2016 in
Meer