Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC. 


menu

Column Parool

Syriër

Ik had me opgegeven als gastgezin voor een vluchteling. Aangespoord door de beelden - het jongetje in de vloedlijn, de overvolle treins, de paniek in ieders ogen. Mijn hart brak bij zoveel onschuldige mensen op zoek naar een veilig heenkomen.  

   Ik wilde iets doen en wat was er mooier dan een Syriër in mijn huis op adem laten komen. Laten bijslapen op mijn bank. Mijn douche ter beschikking stellen om alle vuil en verschrikkingen van zich af te kunnen spoelen. 

   Ik gaf me op via een website, voelde me een goed mens en ging naar bed.

   Die nacht droomde ik dat ik mijn Syriër verwelkomde. We omhelsden elkaar, hij huilde van dankbaarheid en ik toonde hem zijn slaapplek. Gelukkig sprak hij een paar woorden Engels en we dronken thee, pratend over onze levens. Ik luisterde naar zijn verhaal en hij vroeg waarom ik alleen woonde. Waarom was ik niet getrouwd? Vond ik de Nederlandse meisjes niet mooi? En voor ik het wist zat ik zwijgend en doodongelukkig te luisteren naar een geile uiteenzetting over Nederlandse chickies.  

   Toen werd ik wakker. Geschrokken realiseerde ik me dat ik hier nog niet over had nagedacht: hoe kom je uit de kast naar je Syrische vluchteling? En wat voor reactie krijg je dan? Zal hij zijn theeglas door de ramen gooien en mijn huis uit stormen? Of zal hij afwezig knikken en mokkend op mijn bank blijven zitten, kwaad skypend met andere Syriers om te vertellen  over het duivelsgedrocht waar hij nu bij is ondergebracht?

   Toegegeven: rampscenario’s bedenken is mijn tweede natuur en normaal kan ik mijn levendige geest wel tot de orde roepen. Maar in dit geval vond ik het scenario niet eens zo ongeloofwaardig. Van de homoseksuele asielzoekers die ik ken, hoor ik vaak hoe zwaar ze het hebben in AZC’s. Ze worden getreiterd en geterroriseerd door hun medebewoners. 

   Een treurige waarheid: dat mensen huis en haard hebben ontvlucht, betekent nog niet dat ze ruimdenken-der of milder zijn geworden. Al die mensen wachtend op treinstations en grensovergangen met de wanhoop in hun ogen - als je Maurice de Hond er zou laten enquêteren, zou het overgrote deel mijn levenswandel niet alleen afkeuren, maar velen zouden een gevangenisstraf waarschijnlijk op zijn plaats vinden. Zoals dat ook normaal is in de landen waar ze vandaan komen: Syrië, Somalië, Eritrea, Afghanistan. 

   Heb ik weer: uitgekotst door mijn eigen asielzoeker. 

   De volgende ochtend bezocht ik de website weer en annuleerde mijn inschrijving. Met een gevoel van verlies, dat wel.

Verschenen op 12-09-2015 in het Parool
Meer