Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC. 


menu

Column Parool

Hoofddoek

Een van mijn collega’s is teruggekomen van vakantie met een hoofddoek. Ze liep ermee de docentenkamer in, zei heel casual ‘Goeiemorgen’ en negeerde de verbaasde blikken. Zonder zich verder te verklaren begon ze een appeltje te eten. Ik kon niet anders dan naar haar kijken -groot en paars en glimmend. Ik moest onwillekeurig aan carnaval denken en voelde me schuldig.

Uiteindelijk zei iemand: ‘Goh, Leila, heb je een nieuwe hoofddoek?’ Ik vond dit erg subtiel verwoord, vooral de toevoeging ‘nieuwe’. Alsof Leila altijd al een hoofddoek had gedragen, en het ons nu pas opviel.

‘Ja,’ zei Leila luchtig ‘Mooi he?’

Mooi. Nu werd het helemaal verwarrend. Ik had alles verwacht – van een persoonlijke belijdenis over religieuze gevoelens tot een verhaal over een gearrangeerd huwelijk - maar niet dat we de hoofddoek op haar esthetische waarde moesten beoordelen.

‘Fleurig,’ zei iemand.

‘Ja, het heeft wel wat,’ klonk het.

En dat was dat. Leila gooide haar vanaf klokhuis weg en de discussie was gesloten. Aan haar resolute lichaamstaal zag ik dat we haar hoofddoek vanaf nu normaal moesten vinden. Dat betekende: er niet meer over beginnen en er vooral niet naar kijken.

Een kramp maakte zich van mij meester. Dezelfde kramp die ik heb als ik mensen in een rolstoel zie. Mijn ouders hebben ooit gezegd dat je daar niet naar mag staren. Deze les heeft zich zo in mijn ziel geëtst dat ik op mijn dertigste nog altijd spastisch in de berm begin te loeren als ik ergens in de verte een rolstoel ontwaar. Dit in een poging normaal te doen.

Toen Leila de docentenkamer uitliep, bleef de stilte nog even hangen. ‘Nou,’ zei de docent Duits voorzichtig ‘Ze ziet er toch wel anders uit ineens, he?’ Hier en daar werd er geknikt. Ik vond het grappig om te zien dat mijn collega’s het ook even moesten verwerken. Gek eigenlijk, want er lopen hier genoeg meiden met hoofddoeken rond en dat is nooit een issue. Maar met Leila is het toch anders. Zij was altijd de Marokkaanse met het mooie lange haar. Die was opgegroeid in de Pijp en precies dezelfde kinderseries had gezien als ik. Ze was er een van ons. Ik wist wel dat ze moslima was, maar ik dacht altijd een soort moslima-light.

Maar nu ze een hoofddoek draagt, kunnen we er niet meer omheen. ‘Misschien is dat juist haar bedoeling wel,’ zegt de docent Spaans ‘Misschien is dit voor haar een soort coming-out.’

‘Ja,’ zegt iemand anders ‘Ik vind het eigenlijk wel dapper hoor, om zo’n besluit te nemen!’

Even steken we elkaar aan in geestdrift over hoe stoer het is van onze Leila, ja hoe geëmancipeerd het juist is om te besluiten een hoofddoek te gaan dragen. Dan staat de grijze docente Engels op. De nestor van het team gooit haar plastic bekertje in de afvalbak. ‘Nou, jullie kunnen me wat,’ gromt ze. ‘Ik vind het zonde. Zonde van zo’n mooie meid.’

Verschenen op 12-09-2013 in het Parool
Meer