Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Anonieme analytische cookies om het gedrag van bezoekers na te gaan en de website aan de hand van deze gegevens te verbeteren. Daarnaast worden ook marketing cookies gebruikt door derden om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Ook wordt er gebruik gemaakt van deze cookies om integratie met social media mogelijk te maken. Denk aan video's op Youtube of functionaliteiten van Facebook.

Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC.


menu

Column Parool

Uitgehuwelijkt

Lopend op het Singel met een fles wijn onder mijn arm, kom ik Kadisha tegen. Ze loopt een paar meter voor me met een jongen naast zich. Ik herken haar aan haar geringe lengte en haar broek met gouden noppen. “Hee Kadisha!” Mijn Pakistaanse leerling draait zich om. Ze kijkt geschrokken. Ik kom wel vaker leerlingen tegen en meestal is het een vrolijke ontmoeting. Sta ik een meisje in hoofddoek te high-fiven in de Albert Heijn. Momenten waarop ik me realiseer hoe leuk mijn werk eigenlijk is.

Maar Kadhisja oogt niet blij om me te zien. Ze is op weg naar de bioscoop, zegt ze. Na een paar zinnen nemen we afscheid.

De volgende ochtend komt ze aan mijn bureau. Ze gaat iets te dicht bij me staan.

“Die jongen was gewoon mijn neef hoor meneer.”

“Oh, euh… ok.”

“Geen gekke dingen, gewoon mijn neef.”

“Ja. Ok.”

Het is even stil. Ze blijft staan.

“Was het een mooie film?” zeg ik maar.

“Nee.. Weet ik niet… Ja ging wel…”

Ze kijkt afwezig voor zich uit. Ze ademt zwaar. Dan: “Je gaat het toch niet zeggen tegen mijn moeder, he?”

“Wat?”

“Dat ik met die jongen was.”

“Je neef?”

“Ja nou ja. Je weet toch. Mijn moeder wordt gek als ze weet dat ik met een jongen naar de bioscoop ga. Helemaal nu, weet je.”

Ineens realiseer ik haar verhaal uit de rapportvergadering. Kadisha heeft vaker dates gehad, en haar Pakistaanse moeder en oma vonden dat ze losgeslagen was. Daarom hebben ze haar voorgesteld aan een man uit Brussel. Met hem moet ze trouwen zodra ze achttien wordt.

“Heb je hem al ontmoet?” vraag ik.

“Ja, een keer, heel kort. Maar de hele familie was erbij, ik heb hem niet echt gesproken.”

“Dus je weet niet of je hem leuk vindt?”

“Hij is saai denk ik. En dik. En hij spreekt geen Nederlands.”

Ik zucht. Ik heb de neiging om haar door elkaar te rammelen, te zeggen dat ze moet weigeren, weg moet rennen, weet ik veel. Maar ik moet voorzichtig zijn, het aan de mentrix overlaten. Die probeert Kadisha middels gesprekken na te laten denken over haar eigen situatie en eventuele hulp te mobiliseren. Dit laatste is niet makkelijk. Een noodkreet aan een speciaal door de gemeente opgericht meldpunt uithuwelijking, resulteerde in een ambtelijk antwoord met een vragenlijst van een pagina of vijf. Pas als deze vragen (stuk voor stuk van een onbeantwoordbare gedetailleerdheid) ingevuld waren, zouden de instanties actie overwegen.

“Vindt u dat ik moet trouwen, meneer?”

“Pffff,” zucht ik. “Nou niet als je niet wil.”

Ze knikt. Ze heeft wallen en ziet er moe uit.

“Okay..” zegt ze klein. Ze lijkt te nog iets te willen zeggen, maar dan draait ze zich om. Ik kijk haar na terwijl ze wegloopt en verdwijnt tussen de donkere massa leerlingen in de lange, drukke gang.

Verschenen op 10-05-2014 in het Parool
Meer