Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC. 


menu

Column Parool

Ayada

Het is vrijdagmiddag en ik loop nog even langs het kantoortje van Marieke. De school is stil, de leerlingen zijn naar de bus gerend en het karretje van de Pakistaanse schoonmaakster rolt al door de gangen. ‘Niets aanraken!’ zegt Marieke als ik in de deuropening sta. Ze is een beroepschaoot en haar kamer ligt vol met stapels papieren: ‘Ik weet precies waar alles ligt!’ Voorzichtig pak ik een folder van een stoel en ga zitten.

“Hoe heet dat ene meisje ook alweer dat vorige zomer in jouw klas zat?” vraag ik. “Lang, zwart haar, Marokkaans, rode trainingsbroek aan…”

“Ayada!” zegt ze meteen.

“Ja precies! Hoe gaat het daarmee?” De afgelopen dagen zat ze om onduidelijke redenen in mijn hoofd. Een soort bezorgdheid, geen idee waar het vandaan kwam.

Ze zucht diep. “Ja hoe gaat het met Ayada? Dat vind ik nou een goede vraag..” Ze loopt naar de deur en sluit hem voorzichtig. Haar gezicht staat ineens ernstig: “Je wist dat ze zwanger was?” Ik voel een schok door me heengaan, mijn benen worden zwaar en mijn handen ijskoud. Zwanger worden is voor alle leerlingen een ramp, maar voor Marokkaanse meisjes ook nog eens gevaarlijk.

“Ze heeft het me verteld, voor de zomer,” begint Marieke. “Ze was doodsbang dat haar vader en broers erachter zouden komen.”

“En toen?”

“Ik heb niks meer gehoord. Na de zomer is ze niet meer geweest.”

“Godverdomme..”

“Ik heb haar wel tig keer gebeld en ingesproken. Maar inmiddels bestaat haar nummer ook niet meer.”

Ik denk aan Ayada. Haar lange haar, haar minzame lach als ik haar iets vroeg. Ze had iets gracieus, iets wat mijn moeder innerlijke beschaving zou noemen.

“Een maand geleden kreeg ik een mailtje van haar, moet je kijken.” Ze klapt het scherm opzij en ik lees:

‘Mevrouw,met mij alles is goed. Ik kom niet meer op school maar alles is goed. Je hoeft niet meer te melen of bellen Ayada.’

Een koude rilling loopt over mijn rug. Dit is niet Ayada, is het eerste wat ik denk. Het voelt niet als Ayada.

“En nu? Wat kunnen we doen?”

Ik weet het antwoord eigenlijk al: bijna niks. Het gebeurt met enige regelmaat dat meisjes verdwijnen. Ze komen niet terug na de zomer of blijven in Marokko of Turkije na de kerstvakantie. Soms weet je dat ze zijn uitgehuwelijkt door foto’s op Facebook. Soms weet je helemaal niks en vrees je het ergste.

“Ik heb de buurtregisseur gebeld, maar die vond het onzin geloof ik. Hij zei dat hij zou controleren of ze nog ingeschreven staat.”

“Pfff, ingeschreven!”

“Ja. Dat interesseert mij ook vrij weinig. Het gaat er mij meer om dat ze.. nou ja…”

“Nog leeft,” vul ik aan. Het kantoortje vult zich met een akelige stilte.

Verschenen op 08-11-2013 in het Parool
Meer