Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC. 


menu

Column Parool

Eerste Les

Ik ging het dit schooljaar eens helemaal anders doen. Strakker. Efficiënter. Ik ging een planning maken. Geen geïmproviseer meer, geen geblader door boeken, geen: ‘Waar waren we ook alweer, jongens?’ Ik zou lesplannen gaan maken, leerdoelen. Tot de tanden gewapend met stencils zou ik een schooljaar neerzetten waarin elke les een organisch kloppend geheel, één efficiënte streep was naar de zomer van 2014.

De leerlingen zouden gaan voelen: deze leraar weet wat hij wil. Met deze man valt niet te sollen. Het zou afgelopen zijn met het geschipper. Ik ging de docent worden waarbij het stil is in de klas – enkel het geritsel van blaadjes en het getik van pennen op papier. Ik zou de les beginnen met een ferme handdruk, een beschaafd ‘goedemorgen’ in plaats van met ‘Niet rennen!’ of ‘Jeffrey, zet Natasha neer!’

Volgens mijn oudere collega’s is de eerste les hierin van cruciaal belang. Hier zet je de toon en bepaal je of je orde kunt houden, of dat de rest van het jaar een uitputtend gevecht wordt met dertig muitende leerlingen. Volgens de overlevering kan in zo’n eerste les alleen al je binnenkomst een impact hebben van kolossale omvang. Die eerste stappen van de deur naar je bureau bepalen minimaal de sfeer tot aan de kerstvakantie.

De truc is om streng te beginnen. Regels stellen. Laten zien wie de leiding heeft. Later in het jaar zal ik ontdooien. Af en toe een gebbetje. Hier en daar een keertje galgje. Ik zou zo’n leraar worden, die pas bij het schooluitje vlak voor de zomervakantie leuk blijkt te zijn.

In het kader van mijn goede voornemens pak ik de avond tevoren al mijn tas in. Mijn kleren hang ik klaar over een stoel. Geen gegraai meer in de wasmand, geen geruik aan oude T-shirts. Mijn wekker zet ik extra vroeg. Geen gemors met haastige Brinta, maar rustig ontbijten met klassieke muziek en een krantje. Fluitend mijn jas aantrekken, vredig met sleutels rammelen. En dan mijn huisje uitlopen, de koele ochtendlucht inademend als een nieuw mens.

En dan zien dat mijn fiets weg is. Verdwenen. Koortsachtig kijk ik naar het lege stuk muur. Is hij gestolen? Heb ik hem ergens laten staan, in de stad? Amstelstation? Ik kijk op mijn horloge en besluit dan maar te gaan lopen. Mijn tas met stencils klotst tegen mijn heup.

Plakkend en bezweet kom ik een half uur later op school aan. Het is stil bij de ingang, de leerlingen zitten al in de lokalen. Vloekend ren ik de trap op. Zwetend loop ik door de gang naar het lokaal waar mijn gloednieuwe mentorklas wacht. Hijgend en met een rood hoofd kom ik binnen stormen. En zo wordt mijn opening, mijn cruciale eerste zin van de allereerste les:

‘Ja, sorry, ik ben komen lopen, want ik kon mijn fiets niet vinden.’

De klas begint te lachen. Het jaar is begonnen.

Verschenen op 05-09-2013 in het Parool
Meer