Cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Anonieme analytische cookies om het gedrag van bezoekers na te gaan en de website aan de hand van deze gegevens te verbeteren. Daarnaast worden ook marketing cookies gebruikt door derden om gepersonaliseerde advertenties te tonen. Ook wordt er gebruik gemaakt van deze cookies om integratie met social media mogelijk te maken. Denk aan video's op Youtube of functionaliteiten van Facebook.

Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC.


menu

Column

Clint

Als er één leerling bescheiden en plichtsgetrouw is, is het Clint. Gitzwart en zwijgend zit hij achter in de klas, met zijn schriftje open bij de antwoorden. Aan het eind van de les, hoe chaotisch die ook verlopen is, komt hij altijd naar mijn tafeltje om een hand te geven: ‘Dank u wel meneer.’ Ik geloof het dan ook eerst niet als ik gebeld word door zijn woedende stagebegeleider: “Zeg maar dat hij niet meer hoeft te komen! Hij is onbetrouwbaar! Hij is al drie keer niet op komen dagen!” Ik twijfel even of we het over dezelfde hebben. Clint is ongeveer de enige leerling die iedere les aanwezig is. Een wonder, gezien hij sinds het overlijden van zijn vader praktisch de kostwinner is thuis en hij naast zijn school en stage ook nog in de nachtmacdonalds werkt. Ik probeer de vrouw omzichtig te vertellen over zijn situatie, over zijn overleden vader. “Ja, en ik heb een horecazaak!” blaft ze “En hij is al drie zaterdagen niet geweest! Zaterdagen!” Een paar dagen later meldt Clint zich in een bruine hoody tot ver over zijn ogen en geeft een hand zonder me aan te kijken. Ik besluit er maar even niks van te zeggen. Hij gaat tegenover me zitten met bijna tastbare tegenzin. ‘Vertel eens. Waarom ben je al drie keer niet op je stage verschenen?’ Hij kreunt even en zegt dan zacht, bijna onhoorbaar: ’Gewoon..’ ‘Vind je het niet leuk?’ ‘Jawel,’ zegt hij. Hij komt even overeind en schraapt zijn keel. ‘Ik vond het juist heel leuk.' “Waarom kwam je dan niet?’ Hij kijkt naar de tafel en is zo lang stil, dat ik weet dat hij niks meer gaat zeggen. Ik zucht. Wat een gezeik ook altijd met die verschillende culturen! Voordat je eruit hebt gepeuterd wat er werkelijk aan de hand is ben je weer drie weken verder. Altijd is er sprake van een of ander taboe. Bij Surinamers gaat de schaamte vaak over geld. Of het gebrek eraan, wat dat aangaat. Dan ineens heb ik een ingeving: ‘Heb je stagevergoeding al gehad? Vraag ik. 'Nog niet, meneer. Die mevrouw zou het overmaken, maar ik heb nog niks gehad.’ “Maar je loopt daar toch al meer dan twee maanden stage? “Ja, klopt. Bijna drie maanden, meneer.” “Maar kun je dan nog wel rondkomen dan? 'Oh, meester…' Hij moet lachen om zoveel botheid. ‘Ik bedoel: hoe ga je naar je stage?’ vraag ik “Met de bus? Of met de trein?’ 'Allebei, meneer. Eerst met de bus, en dan met de trein.’ Hij is even stil. “En dan met de metro.” En heb je weekend- of week-OV? ‘Week…' Ik denk aan wat de vrouw zei. Drie zaterdagen.. Drie weekenddagen. Drie dagen dat zijn OV niet geldig was en hij zelf voor zijn vervoer moest betalen. “Ben je daarom misschien weggebleven?,' vraag ik voorzichtig. ‘Had je geen geld voor vervoer?” Hij gromt inwendig en lijkt op te willen staan, weg te lopen. Maar hij zakt terug in zijn stoel en na wat een eeuwigheid lijkt te duren zie ik zijn stoere hoody bewegen. Een kort en beschaamd, maar onmiskenbaar knikje.

Verschenen op 03-10-2016 in
Meer