Johan Goossens

Cabaretier - schrijver

Johan Goossens is cabaretier en schrijver. Hij publiceerde twee columnbundels, onder andere over zijn werk op een ROC. 


menu

Column

NieuwEieren

Ik stond in de rij bij de Turkse supermarkt met voor me een Amsterdamse vrouw van middelbare leeftijd. ‘Zeg!’ sprak ze luid over de balie, tegen de man in zijn bebloede slagersschort. ’Ik zag dat jullie nog hele stapels eieren in de winkel hebben staan!’ Ze sprak overdreven duidelijk articulerend, alsof ze het tegen een kind had.

‘Ja ja, eieren!’ zei hij en begon druk te wijzen naar de stapel achterin de winkel.

‘Ja dat heb ik gezien, maar heb je ook de codes gecontroleerd?’

‘Eieren is daar,’ herhaalde de man, wijzend.

De supermarkt is een instituut bij ons in de wijk, maar erg veel Nederlands wordt er niet gesproken. Dat is gedeeltelijk ook de charme: zodra je je voet over de drempel bent, sta je in Turkije tussen grote bakken olijven en allerlei kruiden die je enkel per grote bos kunt kopen. De hele buurt komt er en zelfs de hipsters zeggen dwepend: ‘Daar haal ik altijd mijn koriander..’ Het voorbeeld van goede integratie, zou je zeggen, al krijg je er nog altijd zes gratis plastic zakjes bij ieder pak rijst, dus nog niet alle Nederlandse wetten zijn er doorgevoerd.

’Ja, ik weet waar de eieren staan,’ zegt de vrouw. Ze begint nu ook langzamer te praten om haar punt duidelijk te maken, ‘Maar sommigen kunnen giftig zijn, he? Kinderen kunnen eraan doodgaan!’

‘Kinderen?’ Hij kijkt haar niet-begrijpend aan.

‘Kinderen!’ ze houdt haar hand plat naast zich, alsof daar een kleuter staat. ‘Die kunnen doodgaan van eieren.’

‘Is waar?’

‘Ja, dat is echt zo..’

De man denkt even na en concludeert dan: ’Is belachelijk!’

‘Ja, is belachelijk ja, maar je moet ze wel gaan controleren!’ zegt de vrouw nu, wat bazig. ‘Aan het nummer kun je zien of ze oké zijn.’

‘Is toch belachelijk,’ zegt de man weer. ‘Ze moeten laten weten!’

‘Laten weten? Het is al weken in het nieuws!,’ zegt de vrouw. 'Blijkbaar niet op de schotelantenne,' wil ik zeggen, maar bijt op mijn lip. De vrouw gaat vasthoudend verder: ‘De Albert Heijn heeft ook geen eieren meer! Je moet ze controleren! Je kunt de nummers vinden op internet! Op de computer!’

‘Ja ja ja..’ zegt de man afwezig. En probeert nogmaals op luide toon: ‘Is toch belachelijk!?’ Hij lijkt meer zin te hebben in een verontwaardigde discussie dan in een oplossing.

‘Nou ja, ik heb het in ieder geval gezegd,’ zucht de vrouw en loopt de winkel uit. Als ze haar weg is, loopt de man niet naar zijn eieren. Integendeel, hij pakt zijn mok thee en zakt op een kruk achter de toonbank. Mijn Turks is wat roestig, maar hij steekt een verhaal af tegen zijn collega op klagende toon, en het gaat over de vrouw, die hij badinerend imiteert met het enige woord dat ik versta: ‘Blablabla…’

Ik denk aan een leerling die ooit zei over een collega-docent: ‘Ik luister niet naar haar. Waarom zou ik luisteren? Zij is toch maar een vrouw..’

Wordt hier uit hetzelfde vaatje getapt? Was hij wel naar de eieren gerend als een man het had gezegd? Zou kunnen, maar ik hoop het niet. Ik hoop dat hij gewoon iets weet wat wij niet weten en dat zijn eieren veilig uit Turkije komen..

Verschenen op 17-08-2017 in
Meer columns